Kennis

Algemene voorwaarden – aanspraak maken op de zwarte en grijze lijst – reflexwerking

De reflexwerking van artikel 6:237 BW. 

In artikel 6:237 BW wordt bepaald dat “Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding. De bedingen die in artikel 6:237 BW worden opgesomd wordt ook wel de grijze lijst genoemd. Bedingen die op de grijze lijst zijn opgenomen worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dat zijn ze dus niet per definitie. Echter de gebruiker van de algemene voorwaarden die een beding voorkomend op de grijze lijst hanteert in zijn algemene voorwaarden zal moeten aantonen dat dit vermoeden niet gegrond is en dat het beding dus niet onredelijk bezwarend is.

Voor wie geldt de grijze lijst opgenomen in artikel 6:237 BW?

De grijze lijst is een lijst met bedingen die worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn voor een wederpartij die een natuurlijk persoon is en die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het gaat hier dus om een consument. En de grijze lijst is dus opgenomen ter bescherming van consumenten. Maar….

De reflexwerking

Volgens vaste jurisprudentie kan de grijze lijst ook een rol spelen (de reflexwerking) bij de beoordeling van bedingen die in algemene voorwaarden zijn opgenomen, indien de wederpartij geen consument is maar een rechtspersoon. Dit is het geval wanneer de rechtspersoon een met de consument vergelijke positie inneemt. Degene die een beroep doet op de reflexwerking moet wel kunnen aantonen dat degene die zich op de reflexwerking beroept een met een consument vergelijkbare positie inneemt. Of de rechtspersoon terecht een beroep doet op de reflexwerking hangt af of zijn situatie een sterke gelijkenis vertoont met die van een consument. Of dit inderdaad het geval is zal door de rechter worden beoordeeld aan onder andere de volgende feiten:

de relatie die er in het betreffende geval bestaat tussen enerzijds het betrokken beding en anderzijds omstandigheden als de aard van de activiteiten die door de niet-consument worden ontplooid, de aard van de overeenkomst die hij heeft afgesloten, de aard van de schade die hij heeft geleden e.d.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt ook dat de wetgever de reflexwerking heeft mogelijk gemaakt “Hierbij merken wij nog op dat indien een kleine vereniging of stichting die zich materieel niet van een consument (natuurlijk persoon) onderscheidt, met een beding als bedoeld in de art. 6:236 en 6:237 wordt geconfronteerd, een reflexwerking van deze bepaling via de open norm van artikel 6:233 voor de hand ligt.”

Een voorbeeld:

De wederpartij bij de overeenkomst oefent een eenmanszaak uit als loodgieter. De loodgieter heeft geen personeel in dienst. De overeenkomst die door de loodgieter wordt aangegaan met de gebruiker van de algemene voorwaarden ziet op een internetcontract en heeft dus geen betrekking op de normale bedrijfsactiviteiten van de loodgieter. Dit is anders als de loodgieter een overeenkomst aangaat voor het aankopen van materiaal. Daar komt nog bij kijken dat een loodgieter over het algemeen niet beschikt over kennis en vaardigheden op het gebied van administratieve, juridische of financiële kennis en/of dat deze kennis en vaardigheden meer is dan de kennis en vaardigheden die een gemiddelde consument hiervan heeft. Zou het echter zo zijn geweest dat er sprake was van een groot loodgietersbedrijf waarbij er dus meerde personeelsleden in dienst zijn dan mag worden aangenomen dat de ondernemer administratief beter onderlegd is alsook dat de ondernemer kan profiteren en beschikken over de kennis en vaardigheden waarover het personeel beschikt. Het beding dat door de loodgieter als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt en op de grijze lijst voorkomt heeft betrekking op de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst, indien niet lang van te voren wordt opgezegd. Dit beding wordt als onredelijk bezwarend voor een consument aangemerkt. Omdat de situatie van de loodgieter zozeer vergelijkbaar is met die van een consument kan er door de loodgieter een beroep worden gedaan op reflexwerking van artikel 6:237 BW.

Wat zijn de gevolgen van een beroep op de reflexwerking van artikel 6:237 BW?

Indien een beroep op de reflexwerking slaagt, dan brengt dat met zich mee dat de gebruiker van een beding dat op de grijze lijst van artikel 6:237 BW staat genoemd moet kunnen aantonen dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Dat betekent dus dat het beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn en als de gebruiker dit vermoeden niet kan weerleggen door het aandragen van feiten en omstandigheden dat het beding wordt vernietigd (artikel 6:233 aanhef e onder a BW). Deze regel vloeit voort uit artikel 6:233 BW. In dit artikel wordt bepaald dat “een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Als het beding wordt vernietigd heeft de vernietiging terugwerkende kracht. Dat betekent dat het beding achteraf gezien nooit heeft bestaan en dat de gebruiker van de algemene voorwaarden dus ook geen beroep kan doen op het beding. De vernietiging kan worden uitgesproken door de rechter maar de vernietiging kan ook door de wederpartij van de gebruiker worden uitgesproken door dat deze  een buitengerechtelijke verklaring verstuurd aan de gebruiker waarin de wederpartij verklaart een bepaald beding van de algemene voorwaarden te vernietigen.